Home Schrijvers Schrijvers Ayberk Köprülü De paradox van uitheemse nationalisten: Democratische opening versus democratische sluiting
De paradox van uitheemse nationalisten: Democratische opening versus democratische sluiting PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ayberk Köprülü   
vrijdag, 02 april 2010 10:45

 

Een infectie

'Het christendom is de meest bespottelijke, de meest absurde en bloedige religie waarmee de wereld ooit geïnfecteerd werd.' Het citaat is van Voltaire, Franse filosoof en schrijver uit de 18e eeuw. Hoewel ik zijn mening over het christendom niet deel, is de kritiek indien geplaatst in de context van de tijdsgeest waarmee deze grote denker te maken had en waaruit hij zijn inspiratie putte, begrijpelijk. Immers, de Paus(en) en het katholicisme zijn nou eenmaal hoofdverantwoordelijk voor vele zwarte pagina’s uit de middeleeuwse geschiedenis. En toch heeft het christendom tegenwoordig net als de andere wereldgodsdiensten één doel: een vredevolle, sociale en fatsoen lijke leefomgeving creëren. Dat kan echter niet gezegd worden van een ander fenomeen, veeleer een ziekte waar de wereld mee geïnfecteerd is en nog steeds te kampen heeft, om de woorden van Voltaire te gebruiken, met bespottelijke, absurde en bloedige symptomen: het doorgeschoten nationalisme.

 

De twee wereldoorlogen hebben wij te danken aan het nationalisme. Vooral de genocide op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft het nationalisme ernstig in diskrediet gebracht. Alsof dat niet erg genoeg was, mocht het nationalisme zowaar in deze zelfde eeuw nog minimaal twee keer toeslaan met opnieuw duizenden dodelijke slachtoffers in de Balkan en Rwanda. Het mag duidelijk zijn dat het (staats)nationalisme haar stempel op de 20e eeuw letterlijk met bloed heeft gedrukt.

 

Herrijzenis van het nationalisme

Ondanks alles is de infectie van het nationalisme niet genezen. Wij hebben blijkbaar niet te maken met een onschuldige griepvariant, maar met eerder een kwaadaardige tumor dat als eb en vloed, te pas en te onpas, de mensheid bedreigt. Klassieke nationalistische leuzen als ‘het eigen volk eerst!’ en ‘één taal, één cultuur, één volk!’ waarmee het eigen volk boven de andere volkeren wordt verheven, zijn ongeacht de vele harde lessen van de geschiedenis, weer in opkomst. Dat dit soort kreten de sociale cohesie ernstig verstoren en logischerwijs leiden tot botsingen tussen bevolkingsgroepen is na tal van genociden kennelijk nog niet doorgedrongen.

Anno nu moeten wij er ook aan geloven. Nationalistische geluiden in heel Europa klinken steeds luider. Opmerkelijk om te zien in deze nieuwe Europese vloed van nationalisme, is hoeveel kabaal ons nuchter kikkerlandje kan maken. Nederland moet ‘een land dat trots is op zijn eigen identiteit, die identiteit ook durft te benoemen en voor het behoud daarvan durft op te komen, ook binnen het steeds verder uitdijende Europa’ zijn, aldus Wilders, winnaar van de Europese Verkiezingen in Nederland. Zelfs de chauvinistische Fransen zijn verbaasd over ‘ons’ kunnen in wat een politieke variant van het Eurosongfestival lijkt. Behalve de figuren die voor politiek gewin meeliften door een beroep te doen op het nationalisme, heb je tegenwoordig nog een andere groep die door de recente ontwikkelingen in de Turkse politiek een ook een merkwaardige rol opeist bij de herleving van het nationalisme: uitheemse Turkse nationalisten.

 

De democratische opening

De huidige ontwikkelingen in de Turkse politiek zijn naar Turkse maatstaven uniek te noemen. De AK-Partij, nota bene de conservatieve regeringspartij, ontpopt zich als een progressieve en hervormingsgezinde regering. Eén van de belangrijkste pijlers in de hervormingen is de zeer controversiële ‘democratische opening’. Hoewel de oppositie (in binnen –en buitenland) van mening is dat de democratische opening niet meer dan gebakken lucht is, heeft die opening wel degelijk een inhoud. Een hele belangrijke zelfs. De democratische opening in Turkije moet breken met het idee dat er een homogene natie bestaat die toebehoort aan een dominante etnische of een culturele bevolkingsgroep. Hierbij worden de culturele en etnische minderheidsgroepen erkend om verdere marginalisering te voorkomen. Dit gaat gepaard met het toekennen van specifieke groepsrechten aan minderheden. In de praktijk betekent dit uitzonderingsregels voor minderheden op het gebied van omgangsvormen, kledingsvoorschriften en feestdagen en het instellen van subsidies ter ondersteuning van het behoud van de eigen etnische of religieuze identiteit. Een concreet voorbeeld is de lancering van TRT6, een Turkse staatszender die sinds januari van dit jaar 24 uur per dag in de Koerdische taal uitzendt. Maar in principe is het ter discussie stellen van de homogeniteit van de Turkse natie, voor Turkse begrippen al een democratische opening.

De democratische opening is dus een gebaar van erkenning van de regering naar de minderheden, die volgens de wet alleen als Turk geboren mogen worden, tot 1991 alleen Turks mochten spreken, zich alleen Turk mogen noemen en voelen. De erkenning van de minderheden in de Turkse Grondwet zal waarschijnlijk niet snel gebeuren. Maar de regering doet tenminste een poging om de ontkende en miskende niet-Turkse culturele en etnische identiteiten die als gevaar voor de eenheid van de natie werden/worden gezien, nu niet meer als gevaar, maar als een verrijking voor Turkije en voor de Turkse cultuur te beschouwen. De staat wil de afkomst van haar burgers niet meer verloochenen. Immers, etniciteit kies je niet zelf, maar je wordt ermee geboren. De democratische opening in Turkije is daarom een ijver voor een milde variant van multiculturalisme: Integratie, maar dan met behoud van de eigen (erkende) identiteit. Net zoals allochtonen het (terecht) als hun recht beschouwen in Nederland.

 

 

Het kemalisme

De nationalisten, zowel de kemalisten van de CHP (zij noemen zichzelf ‘sociaal democraat’ en ‘modern’) als de zogenaamde ultranationalisten van de MHP, ervaren de democratische opening als een ramp. Andere niet-Turkse culturen en etniciteiten worden namelijk gelijkgesteld aan de Turkse dominante cultuur en etniciteit. Niet-Turkse talen worden erkend. Door die gelijkstellingen zijn de Turkse taal, cultuur en identiteit niet meer uniek en dus ook niet meer op te leggen. De Turkse taal, cultuur en identiteit zijn simpelweg niet beter, maar verschillen slechts van de rest (vooral de MHP heeft hier zeer veel moeite mee). Dit principe is in strijd met de kernwaarden van het nationalistische kemalisme en druist in tegen het Verdrag van Lausanne. Volgens dit verdrag uit 1923 worden Islamitische minderheidsgroepen door de staat niet als een nationale, raciale, of etnische minderheid beschouwd. Hiermee is de enige toegestane legale etniciteit en de ideologie, respectievelijk de Turkse etniciteit en de ideologie van het kemalisme.

Het kemalisme van Mustafa Kemal Atatürk, was met zijn introductie van de monocultuur, gezien de veelbewogen omstandigheden en ingrijpende gebeurtenissen in de jaren 20, misschien wel nodig om ‘de boel bij elkaar te houden’. Het Ottomaanse Rijk had ten slotte als gevolg van de Eerste Wereldoorlog al veel van haar grondgebied verloren. Een roep tot eenheid om verdere aanwakkering van nationalistische gevoelens onder de vele minderheden die het land nog meer zouden kunnen versplinteren te voorkomen, is dus begrijpelijk. Tegenwoordig echter is het kemalisme grotendeels achterhaald. Sterker nog, het is een last geworden. In een wereld die steeds meer globaliseert en steeds democratischer wordt, in een wereld waarin men meerdere identiteiten heeft, werkt het starre systeem van het kemalisme, dat weinig ruimte biedt voor afwijkingen, niet meer. Vooral de aspecten nationalisme en etatisme (de staat als enige initiatiefnemer van verandering, geen maatschappelijk privé-initiatieven) van het kemalisme, staan op gespannen voet met democratie en maken de ontwikkeling van een actieve burgermaatschappij, die voor een geconsolideerde democratie van essentieel belang is, onmogelijk. Het opleggen van één ideologie zorgt voor sociale spanningen, die decennialang zijn ontkend en onderdrukt. De opgekropte sociale spanningen rijzen nu in een globaliserende wereld de pan uit en vragen om een oplossing.

 

Imagined community

Een oplossing hebben de ‘moderne’ kemalisten niet. Ze hebben alleen één ultra conservatieve boodschap, namelijk dat niets en zeker het systeem van Atatürk niet mag veranderen, terwijl de wereld en zeker Turkije er toch echt anders uitziet dan in 1923. Het lijkt wel alsof men nog leeft in de tijd van Atatürk, in het interbellum, een turbulente periode in de Turkse geschiedenis. Een kemalist horen spreken is alsof je luistert naar een hoogbejaarde die zich beklaagt over de wereld die hij niet meer begrijpt en zich daarom bedreigd voelt en hunkert naar het verleden, naar de tijd van de grote leider. Men begrijpt of wil de dynamiek van de huidige wereld niet begrijpen en blijft hangen in een ‘imagined community’, een verbeelde gemeenschap van lotgenoten, en raakt naarmate de wereld door draait, steeds meer vervreemd van de realiteit van de dag. De meerderheid van de Turkse bevolking is echter realistischer dan de kemalistische elite en heeft allang gebroken met de imagined community en het diehard kemalisme en wil verandering zien. Daarom heeft de AK-Partij bij de laatste landelijke verkiezingen maar liefst 47% van de stemmen gekregen en zal volgens de actuele peilingen weer de grootste partij worden. Hoe komt het dat de nationalistische kemalisten zich ondanks deze signalen van onvermijdelijke veranderingen blijven volharden in een systeem wat niet meer werkt en ruimte biedt aan slechts één etnische identiteit, één ideologie?

 

De bedreigde elite

Het heeft twee redenen: De eerste is dat hervormingen zullen zorgen voor meer gelijkheid in het politieke en sociale spectrum met als gevolg ingrijpende machtsverschuivingen. De kemalistische elites vrezen dat zij door deze machtsverschuivingen hun decennialang als vanzelfsprekend geachte bevoorrechte posities zullen kwijt raken. De belangrijkste bestuursposten in het politieke apparaat, in het leger of bij de justitie die altijd veeleer voor de kemalistische elites zijn weggelegd, zullen niet meer vanzelfsprekend kemalistische posten zijn als het systeem van één ideologie wordt ontmanteld. De kemalistische elites raken dan namelijk hun referentie kwijt. Ze misbruiken daarom de ‘onafhankelijke’ rechterlijke macht, dreigen met legercoups en houden elk initiatief van verandering en vooruitgang tegen. Ze zetten dus alles op alles om hun macht, schuilend achter het kemalisme, te waarborgen. Je kunt je afvragen of Atatürk dit zou goedkeuren. Ik denk van niet. Ik denk zelfs dat als Atatürk nu leefde, een hervormingsgezinde raspoliticus die hij was, de huidige dynamiek van de wereld zou analyseren en tot de conclusie zou komen dat zijn leer is achterhaald. Hij zou zich totaal niet thuis voelen bij de huidige ‘sociaal democratische’ CHP en zou daarom overlopen naar de AK-Partij, haar progressieve beleid omarmen en zijn leer zelf wijzen naar de prullenbak. Voor de kemalistische elites echter is de leer van Atatürk juist nu meer dan ooit onmisbaar, omdat ze het nodig hebben om hun afbrokkelende macht te behouden. Atatürk is daarom tegenwoordig niets meer dan een symbool, dat door de kemalistische elite als wapen wordt ingezet om iedereen die hun macht bedreigt uit te de weg te ruimen. Een symbool dat vooral na de dood van Atatürk stelselmatig in steeds meer facetten van het maatschappelijke leven in Turkije is geïnitieerd. Hij is bewust vergoddelijkt en is daarmee als symbool ook een zeer machtig wapen geworden.

 

De vergoddelijking van Atatürk

De onaantastbare status van Atatürk is de andere reden van waarom kemalisten tegen hervormingen zijn. Atatürk is namelijk vader des vaderlands. Hij is heilig. Nog heiliger dan dat de Paus het ooit voor de katholieken is geweest en nooit zal zijn. Kritiek op of zelfs het in twijfel trekken van de beginselen van Atatürk is een groot taboe. Indien je kritiek waagt te uiten is de kans groot dat je wordt bestempeld als landverrader, fundamentalist, socialist, anarchist, separatist, gehersenspoelde Atatürk hater, staatsvijand of iets dergelijks. Kritiek op zijn leer schets men als een aanval op de fundamenten van de Turkse natie. Het is vergelijkbaar met de positie van de Bijbel in de Middeleeuwen. De Bijbel was destijds de enige bron van waarheid. Kritiek op de inhoud, was kritiek op de macht van de Paus en de geestelijken. Daarom werd kritiek niet geduld en werd bestempeld als ketterij om mensen de mond te snoeren en macht over de mensheid uit te kunnen uitoefenen. Degenen die kritiek durfden te leveren liepen het risico te worden geëxcommuniceerd door de Paus. Na de excommunicatie volgde meestal een vogelvrijverklaring wat politieke en financiële failliet betekende. Dat risico loop je tegenwoordig ook als je in Turkije kritiek levert op de leer van Atatürk. Financieel red je het misschien nog, maar op het politiek vlak zul je bij (zelfs bij schijn van) kritiek op Atatürk worden geruïneerd. De onaantastbare status van de middeleeuwse Bijbel heeft Atatürk nu. Daarom is kritiek op zijn persoon wettelijk verboden. Velen in Turkije zijn dan ook wegens dit verbod in de gevangenis beland of het land ontvlucht.

Om de status van Atatürk te begrijpen is een kijk naar het Turkse maatschappelijke leven voldoende. Atatürk is in de vorm van portretten, beelden, vlaggen en ballonnen overal in het dagelijkse leven van de Turken aanwezig: pleinen, straten, geldbrieven, munten, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, koffiehuizen, concertgebouwen, supermarkten, apotheken, zwembaden, dierentuinen, gemeentehuizen, bergrotsen, stranden, voetbalstadia, het leger, echt letterlijk waar je maar komt. Je zult Atatürk in Turkije vaker aantreffen dan dat je het christenkruis aantreft in Italië. Ik denk zelfs dat de gemiddelde Turk in zijn leven meer hoofden van Atatürk ziet, dan zichzelf in de spiegel of op foto’s. Als je dan ook nog al vanaf de basisschool een eenzijdig beeld van Atatürk subtiel ingepeperd krijgt, is het niet meer dan logisch dat men niet kan en wil geloven dat de man als mens, als politicus zijnde misschien misstappen gemaakt zou kunnen hebben en dus ziet men geen reden om zijn beginselen überhaupt ter discussie te stellen, laat staan bekritiseren. Zij zeggen: ‘Atatürk koos voor één cultuur, voor één identiteit, namelijk die van de Turkse en dat is de enige aanvaardbare en toegestane weg’. Voor de kemalisten is dat bijna een goddelijk gegeven. Ze zijn sinds kinds af aan opgegroeid met Atatürk en gedomineerd door zijn constante aanwezigheid. In die zin is de gewone burger die zich onvoorwaardelijk vastklampt aan Atatürk en zijn leer, weinig kwalijk te nemen.

 

Blinde liefde

De AK-Partij weet dit en probeert daarom constructies om Atatürk heen te bedenken of probeert de leer van Atatürk anders te interpreten zonder af te willen doen aan zijn persoon. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker omdat het systeem al meer dan 80 jaar haast onveranderd bestaat. Bovendien heeft zowel het machtige leger als de rechterlijke macht een duidelijke kemalistische kleur. De kemalistische oppositie, altijd een kleine circa twintig procent van de kiesgerechtigden, is dus een zeer machtig blok dat zich fel verzet tegen hervormingen. De dikke wallen van premier Erdogan, die hij de afgelopen jaren in een rap tempo heeft gekweekt, zijn daar het bewijs van. Ook veel mensen die op de AK-Partij hebben gestemd, zullen Atatürk niet snel laten vallen. Maar zij zien in dat hervormingen, ook als het gaat om het hervormen van de erfenis van Atatürk, onvermijdelijk zijn. Zelfs steeds meer mensen in Izmir, fort van de kemalistische elite waar ik elk jaar kom en de mensen spreek, beginnen hervormingen noodzakelijk te vinden, al zegt men het niet hardop. Per slot van rekening, hebben ze hun bestaan niet aan Atatürk te danken? Is hij niet de grootste held aller tijden? Is hij niet onze vader, de trots van onze jonge natie? Hij is toch niet voor niets overal? Hoe kan je in hemelsnaam zo iemand de rug toekeren? Kortom, de blinde liefde voor Atatürk in Turkije is om vele empirische en historische redenen te begrijpen.

Interessanter om te zien echter, is het feit dat veel uitheemse nationalisten, onder andere veel (jonge) Nederlandse Turken, tegen de democratische opening zijn. Opvallend omdat deze groep niet met de ideologie van het kemalisme maar met multiculturalisme is opgegroeid. Het kemalisme is hen dus niet opgelegd. Desondanks houden ze de erfenis van Atatürk hoog in het vaandel. Waarom eigenlijk? Hoe komt het dat ook Nederlandse Turken, Atatürk en het door hem ingestelde politieke systeem niet ter discussie willen stellen? Doet men dat bewust in de zin dat ze Atatürk kennen en zijn leer begrijpen en beheersen? Of is het een vorm van kopieergedrag, oftewel het importeren van het nationalistische gedachtegoed in de zoektocht naar een identiteit, niet wetend wat de inhoud van dat gedachtegoed is? Dus is het simpelweg een poging tot ergens bij willen horen? En hoe combineer je dat geïmporteerde nationalisme met de dubbele nationaliteit in Nederland?

 

De democratische sluiting

Waar de AK-Partij tegen een nationalistische stroom in een democratische opening probeert te bewerkstelligen, is de nationalistische PVV van plan om de democratische opening die al in Nederland aanwezig is, om te buigen naar een ‘democratische sluiting’: Minderheidsgroepen moeten hun eigen minderwaardige cultuur en tradities opgeven en de aanwezige en superieure, Nederlandse identiteit volledig eigenen. En hier wordt de dubbele nationaliteit van de uitheemse nationalistische Turken interessant. Zij verzetten zich namelijk tegen de democratische sluiting van de PVV, terwijl zij gelijktijdig de democratische opening van de AK-Partij hekelen. Dat betekent dat men paradoxaal genoeg voor een volledige assimilatie van de minderheidsgroepen in Turkije is, maar zich tegelijkertijd met tand en ziel verzet tegen de assimilatiepolitiek van de PVV. Men is tegen niet-Turkse zenders in Turkije, maar lobbyt hier voor Turkse omroepen. Men is tegen het spreken van niet-Turkse talen in Turkije, maar wil tegelijkertijd overal in Nederland het recht hebben om de eigen taal te spreken. Men beschuldigt de Turkse regering en haar democratische opening van het bevorderen van separatisme, terwijl men tegelijkertijd met subsidieformulieren aanklopt bij de Nederlandse overheid voor de bekostiging van activiteiten waarbij de promotie van de eigen cultuur centraal staat. Men heeft het over wederzijds begrip, respect en erkenning in Nederland maar ontkent het bestaan van de ander in Turkije. Men komt in Nederland op voor de eigen rechten, maar men berispt anderen die dat in Turkije doen. Hoe valt dit allemaal te rijmen? Is dit waar men zo trots op is?

 

Pseudonationalisten

Nationalisme, waarbij het eigen volk boven andere volkeren wordt verheven, is in een tijd waarin het idee leeft dat mensenrechten voor iedereen, altijd en overal moeten gelden, irrationeel en zoals de geschiedenis uitwijst gevaarlijk. Regeren op basis van het nationalisme is daarom vroeg of laat gedoemd te mislukken. Het patrio ttisme / vaderlandsliefde (onder de bevolking) is echter een ander verhaal. Hierbij wordt het eigen volk niet verheerlijkt ten opzichte van andere volkeren maar is men slechts trots op bepaalde aspecten van het vaderland en kan tegelijkertijd respect hebben voor andere landen. In die zin heb ik niets tegen patriottisme. Integendeel. Ik denk dat burgerpatriottisme een opvoedende werking kan hebben op burgers van een samenleving. Als de burger namelijk kennis heeft van hoe de maatschappij waarin hij leeft door de geschiedenis heen tot stand is gekomen, is de kans groter dat de burger die maatschappij zal waarderen en in stand zal willen houden. Daarom is het jammer om te zien dat men tegenwoordig zo weinig kennis van de geschiedenis heeft, zowel van de geschiedenis van het land van herkomst als aankomst. Het eigenaardige aan de uitheemse nationalist is dat hij de Turkse cultuur en geschiedenis niet voldoende kent, maar zich in een multiculturele en vrije samenleving toch als een trotse nationalist, niet eens een patriot, profileert. Op die manier zorgt deze pseudonationalist voor de marginalisering van de rijke Turkse cultuur. Mijn kritiek is op hem gericht. Leer de Turkse taal beter te beheersen en kom meer over de Ottomaanse geschiedenis te weten dan alleen een jaarlijkse herdenking van de verovering van Istanbul. Lees en ken alle gedichten van de Turkse literaire grootheid Necip Fazil Kisakürek. Zie en ken de unieke bezienswaardigheden in alle hoeken van het paradijselijke Turkije. Verdiep je in je geloof en kom erachter dat God geen onderscheid tussen volkeren maakt. En als je een objectief oordeel over Atatürk wilt vormen, lees dan meer dan alleen Nutuk.

Het koesteren van cultuur begint met het leren kennen ervan. Dit dient wel te gebeuren op vrijwillige basis met respect en begrip voor een ieder die anders denkt, anders is of anders wil zijn. De ideologie van het kemalisme biedt geen ruimte voor vrijwilligheid maar het verbiedt, het verloochent en het legt op.

Ik denk dat uitheemse nationalisten ondoordacht een onnatuurlijke positie in het debat hebben ingenomen. Dat is jammer, want de Turkse (Ottomaanse) en islamitische traditie spoort aan om rechtvaardig en voorbeeldig te handelen. Dat kan alleen bereikt worden door kennis over die tradities te vergaren. En omdat het de nationalist vaak aan die kennis ontbreekt, is de inname van een onethische, ondoordachte en onnatuurlijke positie in het debat een betreurenswaardig maar logisch gevolg.

 

Een kwestie van ethiek

Juist wij, Turkse Nederlanders die hier een etnische minderheidsgroep zijn, zouden minderheidsgroepen in Turkije goed moeten begrijpen. Neem bijvoorbeeld de Koerden. Turken hebben eeuwenlang geen problemen met ze gehad, omdat ze gewoon Koerd mochten zijn en Koerdisch mochten spreken. Hun etniciteit en cultuur werden, net als die van de andere minderheden, conform de Islamitische traditie gerespecteerd. De Islam fungeert in die zin als een handig bindmiddel tussen de verschillende bevolkingsgroepen, omdat etniciteit in de Islam geen rol speelt. En aangezien Koerden moslim zijn, hebben zich in al die eeuwen geen noemenswaardige grote spanningen tussen de Sultan en zijn Koerdische onderdanen voorgedaan. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben Koerden en Turken als gelijken van elkaar, zij aan zij gevochten voor het behoud van hun land. Maar dit veranderde met de oprichting van de Republiek Turkije en de intrede van de nieuwe Turkse Grondwet waarin de Turkse etniciteit opeens centraal kwam te staan en werd opgelegd aan islamitische minderheidsgroepen. De Koerd ging in de Grondwet onder de noemer Turk op. ‘Daarom zijn de Koerden geen minderheid, ze horen er gewoon bij, dus waar hebben wij het over? ’, betogen velen. Hiermee wordt gesuggereerd dat de Koerd blij zou moeten zijn met een dergelijk ‘voorrecht’, want hij wordt immers niet uitgesloten maar hoort er ‘van nature’ bij. Dat is geen zegen, maar een vorm van verkapte assimilatiepoging. Hij wordt welbeschouwd middels de wet gedwongen de Turkse culturele achtergrond, de Turkse identiteit en de Turkse geschiedenis, die hem ontkennen, te eigenen.

Dit is precies wat de PVV ook wil realiseren in Nederland: Neem onze cultuur over, doe afstand van je tweede nationaliteit en wijk vooral niet af, anders ben je niet welkom. In die zin zou je van de uitheemse nationalisten in Nederland verwachten dat ze begrip hebben voor de politiek van de PVV. Dat is echter niet het geval. De PVV moet afblijven van hun paspoort, en zeker hun Turkse identiteit niet ter discussie stellen. Ze ervaren het voorstel van de PVV als alles behalve een voorrecht. Het is uiteraard ook geen voorrecht. Gedwongen assimilatie is eerder een misdrijf. Niemand moet anderen tegen hun wil een identiteit, een cultuur of een religie opleggen. Het is toch prachtig, dat wij dit mogen vinden en kunnen zeggen in dit land? Waarom willen wij dan toch, wat wij hier als een natuurrecht zien en als rechtvaardig ervaren, niet gunnen aan anderen in Turkije? Hoe ethisch is dit?

 

Een goede reden om trots te zijn

Ik zeg daarom, blijf de politiek van de PVV scherp bekritiseren zolang zij nationalistische geluiden laat horen, maar steun tegelijkertijd de democratische opening in Turkije. Sterker nog, het is gezien onze dubbele nationaliteit en de rechten die wij in dit land genieten, een kwestie van ethiek en een morele verplichting om een steentje bij te dragen aan het debat van de democratische opening. Wij zouden de kennis en ervaringen die wij in dit mooie land hebben opgedaan als een waardevolle bron van intellectuele bijdrage moeten exporteren naar Turkije in plaats van dat wij gedateerde gedachtegoed importeren. In die zin zouden wij een nieuwe generatie van vooruitstrevende hervormers moeten zijn die Turkije het kleine maar belangrijke zetje geeft dat het land in dezen tijd goed kan gebruiken. Bovendien hebben wij dan een goede reden om trots te zijn en belangrijker, wij zijn dan consequent bezig.

 

Ayberk Köprülü

Email: a.koprulu@sunitus.nl

28-03-2010

 

 

 

Aanmelden Nieuwsbrief











Onze Partners

Klik op het plaatje boven of klik hier

 

Klik op het plaatje boven of klik hier