| Nieuwstaal |
|
|
|
| Geschreven door Noureddine Steenvoorden |
| zondag, 16 januari 2011 14:40 |
|
Taal geeft soms onze mogelijke bedoelingen weg, zelfs als we die persoonlijk nog niet helder hebben. Freud zat over vele zaken er faliekant naast, maar de freudian slip of the tongue, waarbij je met een onbedoelde woordspeling je onbewuste associaties de wereld inslingert– die sluit als een bus en verschaft soms informatie over onszelf die wij noch de ander hadden. Daarnaast beperkt taal ons jammer genoeg ook, waardoor we onze bedoelingen nooit zo loepzuiver en glashelder aan de ander kunnen overbrengen als we zouden willen. Het lijkt soms wel om wanhopig van te worden. In de eerste instantie lijkt er in die beperking ook nog schoonheid te huizen. Er werd ooit een politicus geïnterviewd. Hij was van tevoren door zijn spindoctor geïnstrueerd om de journalist alleen van positieve antwoorden te voorzien. Nooit, maar dan ook nooit mag hij praten over project X. Tegen het einde van het gesprek (een half uurtje, type lichte diepgang) probeert de journalist het toch. De politicus heeft dit geoefend en maakt zich niet druk. Met zijn mooiste (misschien wel zuiverste) glimlach neemt hij een gedeelte van de vraag, wist elke verwijzing naar X en geeft een antwoord dat in zijn lengte en betoog de cadans van een volkslied heeft. Maar het bevat geen echt antwoord op de vraag. Omdat de politicus een fout heeft gemaakt - hij vergeet de tijd vol te praten - blijft het vraagteken nog net hangen. Hierdoor krijgt de journalist de kans om de vraag nog een keer te stellen. Wederom blinkt de politicus uit in het ducking and diving, bobbing and weaving wat je vooral bij Ierse professionele boxers in het blote knokencircuit in de 19de eeuw zag. Niet slecht. Na 12, 13 of misschien zelfs 14 keer dezelfde vraag stellen lijkt de tijd op. De politicus lijkt geslaagd in het geven van geen antwoord, maar de interviewer lijkt echter ook geslaagd in het verkrijgen van een antwoord. Hoe zit dat? Dit is een gezelschapsspel voor drie: de kijker, interviewer en geïnterviewde vormen een driehoekje waarin de boodschap met pret wordt gedeeld. De pret schuilt echter vooral in dat wat er niet gezegd wordt, en op welke manier het niet gezegd wordt. De politicus van bovenstaand stukje verstond de vraag prima, maar zoomde vooral in op het tweede gedeelte waardoor de eigenlijke vraag met een grote leegte werd benadrukt! Herhaling van de vraag en ontwijking van het antwoord zorgde vervolgens voor de rest. Een ander voorbeeld toont echter dat er in de beperking van taal ook nogal wat (bewuste) politiek verborgen is. Na afloop van een interview zegt iemand tegen de journalist dat een item van zijn nieuwsuitzending rond de kerst welgeteld één minuut feitelijk nieuws bevatte en vier minuten vooronderstellingen, speculaties en andere woordverzamelingen. Deze zaten verraderlijk dicht tegen leugens aan en zouden op zijn minst geen plek moeten hebben in een nieuwsuitzending. De journalist antwoordde: dat is duiding. Schijnbaar is de taak van de journalistiek verandert van simpele feitenpresentaties tot feiten die geduid moeten worden. De moderne tijd ziet echter een aantal incidenten voorbij rollen, onder andere een actieve veiligheidsdienst die twaalf mensen oppakte. Waar het omgaat is niet of dit terecht was of niet. Het gaat ook niet om de hoeveelheid mensen, hun nationaliteit, religie of reden van samenzijn. Het gaat om woorden en tekst, teletekst om precies te zijn, en wat ze aan feiten en speculaties kunnen duiden. Op teletekst kon je per uur bijhouden welke tekstuele waarheid schuilging achter deze arrestatie: twaalf terroristen gearresteerd van Somalische afkomst. Een uur later: twaalf Somaliërs gearresteerd vanwege terreurdreiging. Aanvullende subpagina: nog niet bekend om welke doelen het ging. Nog een aanvullende subpagina: nationaal coördinator terreurdreiging geeft aan dat landelijk niveau terreurdreiging nog steeds ‘beperkt’ is. Een dag later: vijf terreurverdachten vrijgelaten. Twee dagen later: nog drie verdachten vrijgelaten. Drie dagen later: nog maar één verdachte in hechtenis, twee nog wel verdacht. Het moet niet eenvoudig zijn om in teletekst schrijven uit te blinken. Uiteraard is het moeilijk om in een kort teletekstbericht duiding te verzorgen, vooral als je werkt met zaken die van zichzelf al chaotisch, onduidelijk en zeer zeker niet zwart/wit zijn. Taal maakt het je dan niet makkelijker. Je wilt graag duidelijk zijn in je berichtgeving: dus er zijn twaalf terroristen gearresteerd. Als de daarop volgende dagen blijkt dat de veiligheidsdienst en de politie elkaar dwars zaten, het openbaar ministerie geen Somaliërs uit elkaar kon houden en ze maar allemaal mee nam alhoewel er maar vier op het infolijstje stonden - wat is taal dan ontoereikend om de wereld te beschrijven. Toch zit het venijn niet in de beperktheid van de taal maar in de politieke situatie die duiding nodig maakt. Duiding, schijnbaar is dat nieuws maken anno 2011, zorgt ervoor dat je niet alleen het nieuws krijgt maar ook meteen weet op welke manier het belangrijk is. En dat kunnen we beter zelf uitmaken, met behulp van feiten bijvoorbeeld.
|