| Een verbod, voor meer vrijheid |
|
|
|
| Geschreven door Noureddine Steenvoorden |
| vrijdag, 15 april 2011 19:28 |
|
In de tijd van rabiate oorlogsvoerder Georg W. Bush verscheen er nog wel eens een creatief demonstratiebord: “fighting for peace, is like f***ing for virginity.” En, we weten allen dat de liefde bedrijven om je maagdelijkheid terug te veroveren, een unicum zou zijn in de wereldgeschiedenis. Echter, met de regelmatigheid van de klok, komt er een dergelijk argument over de lippen en van het toetsenbord van menig politici en columnist: verbied de hoofddoek voor islamitische vrouwen en bevrijd en emancipeer hen van hun geloof! Momenteel hangt dit argument samen met een niet-verlengd contract van een Hema-winkelmedewerkster in het Belgische Genk. In 2009 hing het samen met het oprukkend Europees verbod dat langzaamaan in Frankrijk en vervolgens in België werd uitgevoerd. Nederlandse moslima’s vreesden de volgenden te zijn die aan de beurt kwamen. In een onderzoek van tv-programma EenVandaag, werd onder jongeren een anonieme enquête van ‘Top-x’ gehouden in samenwerking met Wijblijvenhier.nl, waarvan de resultaten op 13 september 2009 werden bekend gemaakt. De hoofdvraagstelling was of er een algemeen verbod op het dragen van religieuze symbolen moest komen: 40 % van de jongeren gaf aan het hier mee eens te zijn, 51% was ertegen. Onder de jongeren zaten ook een aantal moslima’s en die kregen nog een aantal andere vragen voorgeschoteld met betrekking tot de motivatie om hun hoofddoek te dragen. Hun antwoorden waren interessant, omdat de discussie rondom het dragen van hoofddoeken door islamitische vrouwen, vreemd genoeg vooral gevoerd wordt door: mannen (orthodox moslim of juist politiserend anti-moslim) en vrouwen (vaak niet-moslim of ook politiserend anti-moslim), maar verbluffend weinig door moslima’s (en al helemaal niet door degenen die de hoofddoek dragen). In het kort waren de resultaten als volgt: er zijn in totaal 2249 respondenten aan de tand gevoeld. Daarvan was 7,7% (173) moslima; daarvan droeg 56% (97) een hoofddoek. Ze dragen deze omdat ze willen laten zien dat ze geloven, het mooi vinden én zich er prettiger bij voelen. 0,3% van de ondervraagden draagt een hoofddoek omdat ze de ouders niet willen teleurstellen. De moslima’s die geen hoofddoek dragen (44%) denken dat ze ‘er nog niet klaar voor zijn’. Verder blijkt dat ze zelf absoluut geen behoefte hebben aan een verbod. Er is, zoals altijd, van alles op te merken aan dit soort onderzoeken. De controlegroep had groter gemogen, in hoeverre kloppen de statistieken, waren de vragen niet te leidend of juist te gesloten? Toch licht het een interessant tipje van de, sorry, sluier op. In ieder geval een van de argumenten die het ‘tegen-kamp’ stelselmatig aanhaalt, lijkt voor 97,7% van de moslima’s in deze enquête niet op te gaan: er is niet of nauwelijks sprake van dwang. De motivatie voor het wel of niet dragen van een hoofddoek komt voornamelijk van deze moslima’s zelf. Nu blijken we dus in een mieters dilemma terechtgekomen te zijn. Als je de hoofddoek wilt verbieden, beperk je het grootste deel van de vrouwen die je wilt ‘emanciperen’, in hun vrijheid. Er zijn echter ook andere argumenten, die het aanhoren waard zijn. In de schooldiscussie van 2009 (ook aangezwengeld naar aanleiding van een Belgisch incident overigens) was er sprake van vermeende sociale druk, zelfs dwang: het was de directeur van de desbetreffende Antwerpse school opgevallen dat bepaalde hoofddoekdragers op het schoolplein, degenen met wapperende haren onder druk zetten om zich te bedekken. Zij voelde zich als directeur genoodzaakt hier de rem op te zetten, en na enige andere middelen (groepsgesprekken, aandacht voor diversiteit) greep ze naar de noodrem: alleen een totaal verbod zou nog werken. Sociale druk kan beklemmend zijn, zeker onder jongeren. Het valt de directeur daarom te prijzen dat zij hiertegen in het geweer is gekomen. Echter, het is alsof je de baby met het badwater weggooit, omdat je nu de alle dames aanpakt voor een groepsproces waar ze mogelijk niet aan deel hebben genomen. Iets dergelijks speelt ook nu. Nadat VVD-kamerlid Hennis-Plasschaert in een interview met de Pers (maart 2011) een opmerking maakte over de onwenselijkheid van religieuze symboliek in publieke functies, was de beer los. (Mogelijk ook omdat haar zijdelings gemaakte opmerking tot kop boven het artikel werd verheven en vervolgens tot voorpagina werd gekroond.) Onder deze stelling zou het dus niet mogelijk zijn voor een moslima met hoofddoek om als publieke ambtenaar te functioneren in Nederland. Een van de reacties die mij het meest raakte was van een man die inderdaad stelde niet geconfronteerd te willen worden met ‘zo’n doekje’ als hij met zijn vriend op het stadhuis kwam om hun huwelijk te voltrekken. Het raakte mij op zowel persoonlijk als principieel niveau: allereerst is er het principiële. Er is op principieel niveau absoluut een conflict tussen homoseksualiteit en de drie monotheïstische religies. Dit conflict wordt echter door verschillende gelovigen op totaal verschillende wijzen aangepakt. Zo zijn er de straatratten (die worden geïdentificeerd met moslims) die homo’s mishandelen en lastigvallen. Daarnaast zijn er de gelovigen die homoseksualiteit principieel afwijzen maar de mens erachter niet. Maar net zo goed is daar het concrete voorbeeld van de stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Oost die een van de eerste was die een homohuwelijk voltrok – zij is moslima en draagt een hoofddoek. Ook andere ambtenaren van islamitische snit hebben zich ingezet voor homo-emancipatie (bijvoorbeeld het huidige tweede kamerlid en voormalig stadsdeelvoorzitter van Slotervaart, dhr. Marcouch.) De reactie van de man raakte mij echter ook persoonlijk: het lijkt mij vreselijk om jezelf als mens bij voorbaat afgewezen te voelen. Hetzelfde geldt echter voor de vrouw met een hoofddoek. De oplossing is dan niet om snel iemand te discrimineren voordat zij mij kan discrimineren! Of andersom natuurlijk… Het is dus zaak om waakzaam te zijn. Net als met andere levensovertuigingen hebben leden van politieke partijen persoonlijke levensovertuigingen, op basis waarvan ze de desbetreffende partij ondersteunen (en andere partijen niet). Deze persoonlijke levensovertuigingen dienen als leidraad in hun leven, maar niet in ieders leven. Sinds de grote godsdienstoorlogen in Nederland weten we dat voor een bevolkingsgroep als die van Nederland alleen een meerpartijensysteem werkt – anders krijgt een deel van de bevolking de kolder in zijn kop en kan het de vrijheden van anderen aantasten. De crux van het probleem ligt dan ook in de neutraliteit van de overheid en hoe we dit dienen op te vatten. Neutraal eruit zien is onmogelijk – simpelweg omdat de mens nu eenmaal divers van uiterlijk, afkomst en uitstraling is. Het is net als met iemands accent: je hoort het alleen als het anders is. Beter is het dus om naar neutraliteit van handeling te streven – iedereen gelijkwaardig behandelen. Niet de hoofddoek maar de handelingen van een persoon moeten leidend zijn. Anders blijft het ‘fighting for peace…’ of de hoofddoek verbieden in de naam van vrijheid. |