|

Onze democratie is een vreemd beest. Het wordt wel eens de minst kwalijke staatsvorm genoemd, of de tirannie van de meerderheid, maar toch is het de meest logische bestuursvorm geworden in het westen. Het omhelst inspraak en erkenning, vertegenwoordiging en controle, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid – maar soms is het ook gewoon een aanfluiting van onmenselijkheid. Het kan slechts aanwezig als een vernislaagje zijn, en op die manier groot onrecht verhullen. Het is bijna altijd traag en log, tenzij de waan van de dag wordt gevolgd met zinloze debatten en referenda die bijna niemand interesseert – dan kan het zomaar een vlucht nemen, met besluiten waar bijna niemand behoefte aan heeft.
De eerste keer dat je een stemlokaal betreedt kan dan ook bevreemdend werken als deze gedachten allemaal door je hoofd heen vliegen. Als je vervolgens stemt op een partij die in de oppositie terecht komt, of wiens gedachtegoed sneuvelt in de huidige hardheid, kun je jezelf wel eens achter de oren krabben: hoe nuttig was die stem van mij? Naarmate de kloof tussen de verschillende partijen groeit en de omgangsvormen het onderspit delven in mediageniek verbaal geweld, zal de wil tot participatie klap na klap krijgen. Als dit uiteindelijk resulteert in gevoelens van wanhoop, ontstaat er een levensgroot probleem. Mensen opteren voor de zijlijn (of voelen zich gedwongen plaats te nemen aan de zijlijn) of laten zich ondersneeuwen in het agressieve debat. Een andere optie is de aanname van de veranderde omgangsvormen en er zelf vol in kletsen: je laat de ander niet meer uitpraten, luistert niet, drijft je eigen zin door, maakt tegenstanders belachelijk, schoffeert je gesprekspartner, laat je laagdunkend uit over grote bevolkingsgroepen en probeert op die manier te scoren, scoren, scoren! Ik zag recent wat op mij overkwam als het laatste bastion der fatsoen. Het was een partijleider die aan alle kant een verbale schrobbering mocht ontvangen. Hij werd kapotgemaakt, gepest op de manier van het schoolplein, een plek waarnaar menig psychisch patiënt zijn/haar neurose kan terug herleiden. De camera registreerde het feilloos. De schrijvende pers produceerde een ronkend stukje. Het publiek zag het hoofdschuddend aan. Niet alleen verdedigde deze man onhoudbare en ouderwetse standpunten, maar hij liet zich ook moedwillig kapotmaken door zijn tegenstanders. Net niet zielig, zo iemand die een pak slaag ontvangt, want hij heeft het wel aan zichzelf te danken – aldus de teneur de volgende dag. Die reacties bevreemdden me: ik zag iemand die zich niet liet pesten. Ik zag een krachtig fatsoensmens, die elke belediging van zich liet afglijden en terloops informeerde of de pestkop klaar met zijn onnozelheid was, zodat ze verder konden gaan met politiek bedrijven. Het had helaas geen nut. In deze tijd, in dit land, met deze verscheurde oppositie en pesterige regering laat de democratie zich van haar slechtste kant zien. Gelijk met de bezuinigingen worden ook verantwoordelijkheden weggesneden. Gelijk met luistervaardigheid, worden ook de goede omgangsvormen bij het grof vuil gezet. Niemand heeft baat bij een grote hoeveelheid taboes en ook niet aan de wederopstanding van het veelvuldig toedekken van misstanden met de mantel der liefde, maar er moet toch iemand inzien dat democratie ook gebaat is bij het formuleren van hele zinnen, bij de aanwezigheid van nuance en verstand, bij het meedenken met elkaar en het laten varen van de hardheid in ruil voor de waarheid? Ik wil weer eens het stemhokje in met het idee dat een stem altijd nut heeft, dat mijn stem constructief wordt gebruikt en niet slechts als wisselgeld. Ik ben niet bang voor de waarheid, zelfs niet voor de waarheid die mij niet goed uitkomt, maar kunnen we weer normaal met elkaar praten en de pestkoppen op sociale vaardigheidscursus sturen?
Noureddine Steenvoorden
|