|

We schijnen er genoeg van te hebben. We willen ze niet meer zien, of kijken er weliswaar naar maar denken: tja, zal het echt beter worden als ik geld geef? De beelden in Somalië zijn identiek aan de beelden die we al een jaar of dertig via de tv zien binnenkomen: uitgemergelde koppies, opgezwollen buiken, vieze vliegen om de ogen en een intense leegte in het gezicht van een moeder. Er lijkt me dan ook niets erger voor een ouder, dan je kind je niet te kunnen voeden.
Op mijn werk maak ik het dagelijks vanuit een andere invalshoek mee. Vele kinderen met ernstig meervoudige beperkingen of zware hersenbeschadigingen (aangeboren of anderszins), kunnen soms maar moeilijk eten. Hun motorische mondvaardigheden zijn niet adequaat (niet kunnen kauwen of slikken), de rest van hun lichaam kan niet de juiste houding aannemen (extreme spierspanning of spierslapte kan ervoor zorgen dat een kind geen goede eet- of drinkhouding kan aannemen en zich bij elke hap verslikt). Soms is het nog extremer en ontbreekt bij een kind de honger- of dorstprikkel.
Het is onwaarschijnlijk pijnlijk voor een ouder om dat te zien – de meest natuurlijke en basale handeling die een klein mensje simpelweg wel moet verrichten om te overleven blijft dan achterwege. Gewichtsverlies, concentratieverlies, ontwikkelingsachterstand – elke negatieve stap versterkt de andere tot er onherstelbare problemen zijn opgetreden.
In de gehandicaptenzorg beseft men zich terdege hoe zorgwekkend deze ontwikkeling kan zijn. Met een team van verzorgers en specialisten storten we ons op het individuele kind om met een scala aan medische, fysiologische en pedagogische technieken zo’n kind aan het eten te krijgen.
En dan zien we Somalië op tv of lezen we over Noord-Korea in de krant. Dat doet ons weinig tot niets, laat staan dat het ons tot actie beweegt. We denken leugens te zien: we horen dat het de ergste droogte sinds 60 jaar is die ervoor zorgt dat Somalische kinderen niets te eten hebben. Nee, denken wij: het is jarenlange corruptie, religieuze onlusten, etnisch geweld, oorlogen met buurlanden, burgeroorlogen tussen bevolking en regering – dat is wat ervoor zorgt dat een kind niet te eten heeft.
Of het gaat niet om de ergste droogte in zestig jaar, maar om stijgende voedselprijzen, heftige stortregens en de ‘ergste vrieskou in zestig jaar,’ aldus het Parool over Noord-Korea. Ook hier denken we: het gaat helemaal niet daar om, maar om jarenlange corruptie door partijfunctionarissen, het hamsteren van voedsel voor de elite, de oorlog met buurland Zuid-Korea en weet ik veel wat nog meer.
En daar trappen wij dus niet in, mevrouw/meneer. Hardheid maakt zich van ons meester, in al haar onbarmhartigheid. In de eerste instantie wilde ik hier ‘het spijt me’ toevoegen, maar in alle oprechtheid: het spijt ons helemaal niet. We hebben de laatste jaren consequent ontwikkelinghulp teruggedraaid (zeker aan die corrupte, niet-transparante regimes) en draaien al jaren de Europese Unie op slot voor Afrikaanse producten (en mensen) – wat nou ‘vrije’ handel? Wat nou het recht op ‘life, liberty and the pursuit of happiness’ zoals de Amerikaanse grondwet dat zo mooi verwoordt.
Dus dat kinderen in Somalië of Noord-Korea honger hebben – tja, lastig, maar niet ons pakkie an. Wij geven niet meer. Zeker niet aan die mensen, die moslims of die extreem linksen (ook wel: stalinisten). En dus ook niet aan hun kinderen, want onze harten zijn hard geworden.
|