| De sociale omgeving van moslimstudenten |
|
|
|
| Geschreven door Rafih Berkane |
| vrijdag, 02 april 2010 10:06 |
|
ADHD Wil men moslimstudenten in een sociologisch kader plaatsen, dan dient diens context volledig begrepen te worden opdat zij naadloos ingebed kunnen worden in de educatieve sociale klasse van de maatschappij. Met het wij-zij-denkenprincipe zal men nooit tot een constructieve oplossing kunnen komen. Hiervoor is een open-minded-instelling noodzakelijk, zodat we met elkaar oplossingsgericht de toekomst in kunnen gaan in een, op synergie gefundeerde maatschappij. Etiketten zoals gastarbeider, immigrant, allochtoon of nieuwe Nederlander plaatsen de beoogde doelgroep in een historisch kader: het zijn begrippen die alleen geldig zijn binnen een zeker tijdsbestek. De dilemma’s, uitdagingen en problematiek die vóórkomen binnen deze groep zijn sterk gerelateerd aan de genoemde etiketten, waardoor de oplossingen een korte termijnkarakter kennen. Willen we maatschappelijke dilemma’s oplossen, dan zullen we de identiteit van de doelgroep uiteen moeten rafelen en frictie en fictie van elkaar moeten scheiden. Het woord ‘allochtoon’ brengt bijvoorbeeld zekere associaties met zich mee. Met denkt direct aan problemen en oplossingen die gekoppeld zijn aan het etiket ‘allochtoon’. De succesfactor van de oplossing hangt namelijk nauw samen met de validiteit van het etiket. Een ADHD-behandeling is gedoemd te mislukken als het kind geen ADHD heeft.
Allochtoon wordt moslim En zo is het begrip integratie een fenomeen dat allang niet meer van toepassing is op het merendeel van de beoogde doelgroep. De Nederlandse moslimstudent valt in zijn geheel buiten het kader van het integratieproces. Zij zijn geboren en getogen in Nederland en zijn per definitie onderdeel van de maatschappij. De dilemma’s van deze groep, zoals bemoeilijkte toetreding tot de arbeidsmarkt, heeft grotendeels te maken met de psychologische effecten op de gebruikte etikettering door politici en later ook door burger modaal. De allochtoon ging zich ook echt gedragen als een allochtoon. Dit fenomeen herhaalt zich nu. In de afgelopen tien jaar heeft de islam een prominente rol gespeeld op de politieke agenda. De allochtoon werd langzaamaan moslim. Dit heeft zich ook vertaald naar het studentenverenigingsleven.
Religie als nieuwe deler Het ontstaan van multiculturele verenigingen in de jaren ’90 was een directe vertaling van de vraag naar, of eigenlijk het tekort aan verenigingen met een etnische en/of culturele achtergrond. Studenten konden zo met een gemeenschappelijke taal, cultuur, keuken, tradities en gewoontes elkaars gelijken treffen in een sociale setting. Dit fenomeen is niet typerend voor Nederland maar is kenmerkend voor minderheden in het algemeen. Wat we door de jaren heen zien is een verschuiving van verenigingen met een culturele of etnische basis naar een religieuze basis. Deze religieuze, veelal islamitische verenigingen, winnen aan populariteit, mede gesterkt door de politieke tegenwind die het afgelopen decennium heeft plaatsgevonden. Er is, om wat voor reden dan ook, sterk de behoefte om zich te verenigingen op basis van een nieuwe gemeenschappelijke deler: namelijk religie. Dit is mede te verklaren door de lange zoektocht naar een identiteit. De culturele of etnische identiteit maakt langzaam maar zeker plaats voor een religieuze identiteit. Cultuur en etniciteit spelen een minder belangrijke rol; religie is hot!
Ongemak Nu komen we bij de kern van de zaak. Hoe past deze islamitische identiteit binnen de sociale omgeving van moslims? Moslims die op zoek zijn naar een islamitische identiteit hebben weinig te zoeken bij Nederlandse verenigingen. Deze hebben niet alleen een andere religie of geen religie, maar hun identiteit is reeds gevormd. De identiteit van de moslim daarentegen, moet nog worden vormgegeven. Verenigingen met een islamitische basis spelen hierop in. Er is dus geen probleem. En al was er een probleem, dan is de oplossing aldaar. Het is hooguit ongemakkelijk te noemen. De vertegenwoordiging studerende moslims stijgt jaarlijks met grote cijfers. Men denkt dat zij beperkt worden in het praktiseren van hun geloof, maar niets is minder waar. De faciliteiten worden vaak reeds aangeboden zoals een gebedsruimte op de campus of ze worden zelf gecreëerd zoals een ramadanmaaltijd met vrienden.
Subjectief kader De reden dat moslims zich niet mengen met niet islamitisch getinte verenigingen is puur en enkel omdat zij nu een basisbehoefte hebben te vervullen. Islamitische verenigingen vervullen een zeer grote sociale pedagogische rol die hedendaags slecht begrepen wordt. Moslimstudenten die het gevoel hebben hun leven en levenswijze geloofsmatig goed ingericht te hebben kunnen het zich wellicht veroorloven om zich nog verder te ontplooien zoals een functie in de faculteitsraad of een zetel in opleidingscommissie. Maar ook daar zijn er beperkingen. De activiteiten waaraan zij deelnemen dienen ook nog eens te voldoen aan een format van islamitische regels. Daarom zul je zelden een praktiserende moslim zien participeren in uitgaansgelegenheden in de introweek, of uitgaansgelegenheden in het algemeen. Zij die denken dat zij daarom niet deelnemen aan de maatschappij redeneren vanuit een persoonlijk subjectief kader van wat volgens hen de maatschappij inhoudt.
Versneld ontplooiingsproces Er is dus geen probleem. Hooguit kun je het ontplooiingsproces van de moslimstudent versnellen door bijvoorbeeld één dag in de introweek de moslims deel te laten nemen aan een voor hen georganiseerde dag, door studentenhuizen aan te bieden aan moslima’s, door wasruimtes in te richten voor de rituele wassing, door interreligieuze dialogen te organiseren enzovoorts. Dit is echter niet noodzakelijk, maar wordt wel sterk aangeraden. Net zoals een entree wordt aangepast voor studenten in een rolstoel. Het welzijn van deze rolstoelganger zal explosief stijgen en de studieprestaties eveneens doen rijzen. Hij zal met plezier en vreugde actiever deel willen nemen aan de omgeving en de maatschappij, omdat ook aan hem wordt gedacht. Het is cruciaal om in elkaars vel te kruipen en hierbij proberen de religie, etniciteit, cultuur en het karakter van elkaar te scheiden en te kunnen onderscheiden. Zo kunnen we elkaar beter leren begrijpen.
Ware identiteit Er zijn universiteiten die geen verenigingen dulden met een levensbeschouwelijke achtergrond. Verenigingen kunnen hun ideale identiteit niet vormgeven; moslimstudenten evenmin. Dit schaadt niet alleen het welzijn maar ook de zelfontplooiing van de moslimstudent in de zoektocht naar een gebalanceerde identiteit. De van oudsher katholieke Radboud universiteit in Nijmegen heeft ruim 10 jaar een warme band met de moslimstudenten. Dit heeft geresulteerd in een warme en prettige samenwerking met niet alleen de Studentenkerk maar ook met andere verenigingen tot aan het College van Bestuur aan toe. Dit heeft geresulteerd in vele faciliteiten en niet het onbelangrijkste: erkenning. Dit kan alleen geschieden in een transparante respectvolle sfeer waarin openheid en eerlijkheid de boventoon voeren. De basis tot dit alles ligt bij de ware identiteit: iedereen moet zichzelf kunnen zijn.
|