| The War of the Worlds |
|
|
|
| Geschreven door Steffen de Jonge |
| vrijdag, 15 april 2011 20:01 |
|
De middelbare school stond bij mij niet in het teken van de leerstof. Ik heb er nu nog last van dat ik daar niet echt een grote uitdaging had. Ik heb namelijk nooit echt geleerd om te leren. Je wordt natuurlijk enorm gevormd door de mensen met wie je omgaat, voor het gemak noem je het allemaal vrienden, maar later blijkt dat er maar een klein groepje overblijft als je een beroep doet op die relatie. Naast die leeftijdsgenoten lopen er nog meer mensen rond op zo’n school. De docenten bepalen hoeveel plezier je hebt in een vak en op welk niveau je deze afrondt. Een echt moeilijke klas ben je als het je eigenlijk niet zo veel interesseert en je de stof eigenlijk net te moeilijk vindt. Een docent heeft een enorme dobber aan zulke groepen en heeft daardoor automatisch minder tijd en zin in de randvoorwaarden van het lesgeven. Een docent is een goede docent als hij tussendoor ook grapjes kan maken, hij een praatje met je maakt op de gang en misschien soms doorschiet als hij opgenomen wordt in de leerlingenkring. Bovenal moet je de stof duidelijk kunnen maken en iedereen kunnen begeleiden op de op zijn of haar situatie passende manier. Op de middelbare school kun je als docent niet wegkomen met een perfecte som op het bord of een rijtje Franse woordjes die de hele klas kent. De relatie tussen een leerling en een docent gaat in de eerste plaats over respect. Voor velen had ik diep respect en dit bleek dan ook uit mijn gedrag tegen hem of haar en in zijn of haar les. Respect krijg je door het vak te verstaan, door je gelijk te tonen aan de leerlingen en natuurlijk door streng en rechtvaardig te zijn. Natuurlijk zijn daar altijd de uitzonderingen, zo was er een Engels docent die zo veel van zijn eigen lokaal hield dat je het gewoon mooi ging vinden, zo was er een wiskunde lerares die zo doorgedraaid was dat je met het grootste plezier naar haar luisterde, maar zo was er nog een andere docent die op internet ging controleren of jou boekverslag niet gekopieerd was. Sterker nog, deze man ging zo diep dat hij nep-verslagen op internet publiceerde om te kijken hoe ver men ging in het blind kopiëren van andermans werk. De vraag of je echt het boek had gelezen werd zo wel erg overbodig. Vaak kon je gewoon zeggen: Ja, ik heb War of the Worlds echt gelezen, terwijl je eigenlijk alleen de film had gezien. Hier ging dat niet op, je was op heterdaad betrapt. Er zijn in al die jaren van de filmkunst enorm veel boeken verfilmd. In het begin zal het gebeurd zijn voor de mensen die gewoonweg niet konden lezen. Als iemand een geniaal verhaal had bedacht kon dat door ieder goedziend mens worden gehoord, gewoon door de film te kijken. Je krijgt enorm veel aandacht en het woord raakt nog weidser verspreid. Toen het niet kunnen lezen eenmaal eerder uitzondering dan regel werd bleef het verfilmen gewoon bestaan. Bij een goed boek hoort na een paar jaar een film. Het evolueert tot het feit dat het bestaan van de boeken in de meeste gevallen onbekend is en men uitgaat van een klassieker die net voor hun ogen ontstaat. Met het eerste boek dat verfilmd werd ontsprong de discussie of het wel het boek ten goede komt. Als iemand de film heeft gezien dan hoeft hij het boek natuurlijk niet te lezen. De vraag is dan waar je meer mee verdient… Maar een belangrijkere discussie is de vraag of je iemand liever wilt laten kijken dan lezen. Het is niet onbekend dat lezen goed is voor de algemene ontwikkeling. Als je boeken leest krijg je inzicht in allerlei verschillende zaken, verbreedt je woordenschat exponentieel en worden je hersenen aan het werk gezet om nog verder te groeien. Welke van deze eigenschappen bezit een film ook? Je fantasie hoef je bij een film ook al niet te gebruiken en met de huidige 3D-technieken liggen je hersenen ook nog onderuit, omdat ze niet eens meer een 2D beeld naar de derde dimensie hoeven te vertalen. Het kan komen door het feit dat je tegenwoordig voor lage prijzen onbeperkt naar de film kunt, maar ook daar buitenom groeit het aantal bezoekers bij de grote bioscopen. Steeds meer mensen zien de romantiek van het grote doek in een grote groep. Rijen lang staat men te wachten om hun film, die ze net zo goed van het internet kunnen downloaden, met honderd man en het bijbehorende lawaai en geklier te gaan bekijken op een gigantisch scherm met oorverdovend geluid. Naast deze groei zien we dat tegenwoordig iedereen een boek kan schrijven en verkopen. Ben je nou dieet-deskundige of oud-komiek, een boek schrijven kunnen we wel. Schrijven is niet zo moeilijk, maar om te zorgen dat miljoenen mensen jou werk willen lezen moet je van goede huize komen. Net als die miljoenenproducties van films komt een boek er niet zomaar, er gaat een hoop geld mee gemoeid en er zijn een hoop partijen die je moet overtuigen van het feit dat jij de leukste, beste en knapste bent. De moeite die in beide zaken wordt gestopt is misschien wel vergelijkbaar. Over het algemeen zijn er bij de maak van een film meer mensen en meer geld gemoeid, maar in het proces zitten veel raakvlakken. Wat de consument ermee doet is verschillend. Een film bespreek je niet tijdens een al-op-middelbare-leeftijd-zijnde-vrouwen-lees-clubje, maar een boek kent niet de glitter en glamour die de fans bij een film creëren. Het overgrote deel van de vorige generatie zal bij deze kwestie direct kant kiezen voor het boek. Het is goed om je in je eentje te kunnen vermaken en TV en film is het kwaad van de duivel. Films zitten vol geweld, agressie en seks. De jeugd raakt vervuild door alles wat met elektronica te maken heeft en kan veel beter een boek lezen. Het is moeilijk om dit tegen te spreken. Misschien is het ook helemaal niet nodig om dit tegen te spreken. Er zullen heel weinig mensen zijn die tegen boeken zijn, die het bestaan van boeken verafschuwen. Of een film geschikt is om te kijken voor een bepaalde leeftijdsgroep wordt tegenwoordig ook steeds beter vastgelegd, dus als de bioscopen en verkopers hier goed op blijven letten is er ook met de film niet veel mis. Natuurlijk wordt het op het grote doek allemaal net even wat heftiger voorgeschoteld, maar wat vinden we dan van de boeken van Ronald Giphart en van de oude vieze Jan Wolkers? Het gaat helemaal niet om de inhoud en het gaat zeker niet om een strijd. Laat die artiesten maar vechten om wie het meeste geld verdient, dan kunnen wij voor ons zelf bedenken wat we de fijnste manier vinden van informatie vergaren. De een zal het nut van lezen inzien naast de plezier-factor en de ander wordt intens gelukkig van mooie composities, standpunten en lichtspelingen. Uiteindelijk sterft het boek uit, dat weten we allemaal. De computer met zijn technische vriendjes neemt de wereld over in een tempo dat de mens niet bij kan houden en de enige letters die we uiteindelijk nog lezen zijn die van de ondertiteling van al het media-materiaal dat ons om de oren vliegt. Laten we vooral doen waar we zelf zin in hebben en ons niet zo druk maken om waar de ander plezier uit haalt. Ik heb nu bijna 100 films uit de top 250 van de International Movie DataBase gezien, maar weinig boeken in mijn kast. Ik ben blij en verkwikt. |