ikbenflexitariër.nl PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Steffen de Jonge   
zaterdag, 01 oktober 2011 10:44

Je kent het wel: Je zit in de trein, je verveelt je een beetje, maar kan net met een schuin oog de krant van de buurvrouw meelezen. Je krijgt net niet helemaal de boodschap mee, maar de foto is leuk om naar te kijken en als ze even stilzit kun je zelfs de inleiding nog lezen.

Zo zat ik laatst in de trein, ik weet niet meer wat mijn bestemming was, maar ik was al een beetje in een zeurderige bui. Ik denk dat het ergens op het traject Amsterdam-Delft was, net te lang om niets te doen, maar soms heb je ook gewoon geen zin om iets te ondernemen. Gelukkig kwam er iemand tegenover mij zitten. Even was er de aarzeling, maar de krant kwam onder de oksel vandaan, werd open geslagen en mevrouw sloeg aan het lezen. Deze keer ging het dus om een omslag, de komende tientallen minuten moest ik me vermaken met precies één achterkant en één voorpagina. Ik denk dat hij van thuis was meegenomen, want als ik het mij goed herinner ging het om zo’n veel te grote, niet te gebruiken, ouderwetse krant. Zo eentje waarbij je bij iedere pagina die je probéért om te slaan de makers vervloekt omdat ze te eigenwijs en, naar eigen zeggen, te authentiek zijn om over te stappen op het veel praktischere en bij-de-tijdse Tabloidformaat. Enfin, zo’n krant dus.
Als klap op de vuurpijl zag ik al bij het instappen dat ik het getroffen had met zo’n sneltreintje met heerlijke groene bankjes waarvan ik nog steeds niet begrijp dat die zittingen allemaal los zitten (echtwaar, probeer maar eens). Ze zitten best prima, alleen jammer dat de overbuurman/-vrouw in zijn of haar bankje wordt gedrukt omdat de beide knieën door de mijne worden aangedrukt als een slaapzak in zijn altijd net te kleine hoesje. Soms kun je een geluksdag hebben en zit het mooiste meisje van de klas tegenover je en kun je ongegeneerd een uur lang knietje-vrijen, maar dit is maar zelden het geval.
Die bankjes dus, je kent ze wel. Die zorgden er tevens voor dat de krant van mejuffrouw zo ongeveer in mijn neus werd gedrukt. Ik werd letterlijk én figuurlijk met mijn neus op de feiten gedrukt.

Je zou denken dat ik afdwaal, dat is misschien ook een beetje zo. Waar het mij om ging was de hele-achterkant-innemende-advertentie. De precieze afzender werd niet duidelijk, maar na wat research thuis (want het zat me blijkbaar hoog), bleek het te gaan om een onafhankelijke milieuorganisatie.

De enorme titel van het stuk luidde: Ik ben flexitariër.

Bij zo’n titel gaan mijn hersenen aan de slag. Punt 1: Wat is dat voor een woord? Ik ken dat niet. Punt 2: Er heeft iemand een nieuw woord bedacht, dan moet hij of zij wel heel graag iets willen doorgeven dat blijkbaar nog niet binnen onze vocabulaire lag. Punt 3: Het lijkt erg op iets dat ik al ken. Wat zal er precies mee bedoeld worden?

Woorden met een ‘x’ zijn bijna nooit interessant, te ingewikkeld en ik gebruik ze bijna nooit. Daarnaast bekt het niet lekker. Misschien bestaat er rond dit onderwerp nog een onontdekt gebied en moet er een nieuw woord verzonnen worden; dat kan. Maar dan komt voor mij toch het grote knelpunt.

De vegetariër kennen we allemaal. Ik heb nooit zelf in een groot studentenhuis gewoond, maar heb ze wel van binnen meegemaakt. Het is altijd heel gezellig als er een of twee mensen lekker gekookt hebben voor de hele meute om dan lekker lang te eten en na te tafelen. Koken voor veel mensen is ook nog eens heel goedkoop en als je toch bezig bent is eentje meer of minder ook niet erg. Wat wel lastig wordt is als mensen specifieke eetgewoontes of gebreken hebben. Je kunt bijvoorbeeld gluten- of lactose-intolerant zijn. Dat is heel vervelend en daar mag best rekening mee worden gehouden.
Als je vegetariër bent, of vegetarisch, zoals veel mensen verkeerd zeggen, is het wat mij betreft ook geen probleem. Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren en er zijn ook verschillende redenen om vegetarisch te eten. Ik hoor bijvoorbeeld vaak dat mensen het zielig vinden of van hun ouders hebben meegekregen (dat laatste is wat mij betreft wel een kwestie van vermannen en je eigen keuzes maken). Natuurlijk zijn er verschillende geloven waar het bereiden van dierlijk voedsel op specifieke wijze of helemaal niet gedaan wordt. Wat de laatste tijd natuurlijk hot is om ook bij het eten kopen en koken te denken aan het milieu.

Ik denk dat iedereen wel eens heeft gehoord van een carbon footprint. Alles wat je doet en laat heeft invloed op hoeveel CO2 jij produceert. Deze CO2 is weer schadelijk voor het milieu en dit kan vertaald worden naar een aantal hectares etc. etc. Hoe hoger dit getal, hoe slechter je bezig bent.
Vlees eten laat de teller als een bezetene oplopen. Die dieren hebben ruimte nodig, moeten gevoerd worden, hebben zelf ook de nodige uitstoot, moeten vervoerd en geslacht worden en zo gaat het rijtje schadelijke handelingen nog wel even door. De boodschap is dat het goed is om daar aan te denken en daar zo nu en dan naar te handelen. Het is goed om af en toe geen vlees te eten.

Terug naar de krant. “Ik ben flexitariër”. Als je flexibel ergens in bent betekent dat dat je er soepel in bent, je kunt je best goed aanpassen. Correct. Een vegetariër is iemand die geen vlees eet. Correct. Je eet geen vlees, nooit niet, ook niet één keer, want dat is zielig, of niet goed voor het milieu of past niet binnen jouw (geloofs-)overtuiging.

Laten we het optellen. Ik ben een flexibele vegetariër, ik eet soms nooit vlees. Mijn Nederlands lerares, en ik was haar lievelingetje dus ik kreeg niet zomaar een terechtwijzing, had dit niet goed gerekend. Hier is iets niet in de haak. Als je iets soms doet, doe je het niet nooit. Daar kan niemand omheen.

Creatief omgaan met de Nederlandse taal is niet erg, het is zelfs leuk. Denk aan alle Nederlandse liedjes, mopjes, slagzinnen, slogans enz. Wat opvalt aan dit rijtje is dat het allemaal met een knipoog is, het is niet heel erg serieus.

Wil je een echt statement maken, dan moet je ook met een goed verhaal komen.
Wil je zorgen dat mensen af en toe de biefstuk in het schap laten liggen, zorg dan voor een lekkere back-up, geen halfbakken zelfverzonnen nieuwe Nederlandse term. Een flexitariër bestaat niet, een flexitariër kan helemaal niet. En daarnaast, als je echt zo goed wilt zijn voor het milieu, eet dan gewoon helemaal geen vlees. Wie gelooft mij als ik zeg dat ik het beter vind om niet dronken achter het stuur te zitten, maar toch soms met een borreltje de auto in stap? Laten we gaan voor hart voor de zaak; wordt vegetariër! Geen smoesjes, niet soms, gewoon geen vlees eten. Dan hoef je ook geen gek woord te bedenken, mensen te irriteren, je aan te stellen en uit te leggen wat jou weer onderscheidt van de rest.

Begrijp me niet verkeerd, ik kan iedereen aanbevelen om flexitariër te worden. Ik wil graag meedenken en –werken aan een beter milieu. Maar laten we stoppen met de schijnheiligheid, laten we geen nieuw hokje creëren waarin we mensen kunnen stoppen of waar we bewust in gaan zitten. Laten we dan allemaal gewoon strijden voor een betere toekomst, niet als ecojunk, niet als Priusrijder, niet als hippie, niet als flexitariër, maar gewoon als mens, een mens van deze wereld, een mens van de toekomst.

 

Aanmelden Nieuwsbrief











Onze Partners

Klik op het plaatje boven of klik hier

 

Klik op het plaatje boven of klik hier