|

Have a view that is broader than the view your eyes deliver-- so search for your unread soul en solve the contemporary problems.
1. Dat vroeger Islam,Christendom en Jodendom makkelijk samen konden leven, heeft te maken met het feit, dat men het beroep Probleemmanager nog niet had.
2. We noemen ons onbegrip probleem. Overlast is niet een probleem, maar de onkunde haar te begrijpen is een probleem.
3. Als u de oplossing poogt te vinden, tracht dan de leegte op te zoeken, dat is daar waar de problemen zelf zijn.
4. Omdat mijn identiteit een Marokkaanse is, betekent niet dat mijn denken een identiteit heeft. Dus waar denken relevant is, speelt identiteit geen rol.(luister goed Minister President Rutte).
5. Onze kennis zit in de computers, onze paspoorten ook. Loyaliteit bestaat allang niet meer, iedereen zit in het netwerk van de informatiemaatschappij
6. Betekenisvolle discussies zijn er niet meer, men discussieert enkel en alleen over materie. Denkend dat deze onderdeel is van de menselijke identiteit.
7. Onderwijs is niet HET woord voor kennisoverdracht: zoek kennis en bedrijvigheid op in brede zin, dus geen vooringenomen blik op educatie.
8. Onderwijs behoort de ondernemers toe, die ondernemers behoeven geen leraren maar kennisonderdanen, dat zijn zij die smachten naar informatie en die haar om die reden weten te verkondigen vanuit het hart. Alleen dan zal de leerling wegwijzer begrijpen.
9. Leren anno '10 is weten dat de toekomst niets is, het heden een spel. En daartussen de taak hebben het spel te verbeteren: definities van toekomst zijn de fout.
10. Wie het onderwijs verbeteren wil, behoort haar inhoud te verbeteren, niet haar naam.
11. Kunst van het gedrag is haar niet te beteugelen, ook niet te veranderen. Men heeft geen slecht gedrag, maar tekort aan zelfkennis.
12. Kritiek leveren, is het aanmoedigen van beter gedrag. Afkraken is het niet begrijpen van beter gedrag.
13. Wie problemen oplossen wil, behoort de oplossingen op te lossen. Omdat in een problemenmaatschappij oplossingen probleemgeoriënteerd zijn. Zie eens de termen: probleemjongeren en criminaliteit. Tijdens het maken van beleid bekijken beleidsmakers een bepaald probleem vanuit een concept. Denkend dat dat concept de aanduiding van het probleem is, worden er plannen gemaakt. Een mogelijke oplossingsgerichte benadering is het harder straffen van criminelen. Het woord ‘criminaliteit’ is niet te straffen: de mensen zijn dat wel. Maar, omdat het woord criminaliteit mensen benoemd en hen een allesomvattende eigenschap probeert te geven, worden de oplossingen probleem. Immers, beleid maken op basis van woorden is het veroorzaken van interpretaties van dat woord en van de bijbehorende eigenschappen. De wisselwerking van die interpretaties lijdt tot onoplosbare problemen, oftewel onoplosbare oplossingen.
14. Problemen zijn producten: de vraag is groot, het aanbod onzichtbaar irritant.
15. Praten over problemen, is anders dan praten met problemen. De eerste ontvangt geen reactie. De tweede, leert haar kennen en begrijpen.
16. De geboorte van elk apparaat, is de sterfte van onze zelfkennis.
17. Inspiratiebronnen bestaan, omdat de meesten de abstractie tot het niets erkennen, terwijl zij meer is dan het iets.
18. De stilte is bron van waarheid; de luidruchtige mens bron van onzin.
19. Weten jullie welke waarde denken heeft? Zij vertolkt mijn onkunde Zij begrijpt mijn uiterlijk en zij reconstrueert mijn beperkingen.
20. De burger, in burger overheidsspion, dan wel daterend uit wereld der Angstigen. Leer wijs: angst sluit uit grens tussen ratio en fictie.
21. Zodra het politieke bed, met collectieve hoeslaken, genoeg draagvlakachtige matrassen levert… droomt niet 1 snotneus over procesmatig beleven van ruimtes Burgerbevolking.
22. Ik berust mijn meningen niet op driften, maar op het schrijven: wat ondersteund wordt door rationele keuze.
23. In een gesloten ruimte beslist niemand hoe het moet, omdat men zich verplicht voelt te moeten. Zodat beleidsmakers enkel één oog gebruiken.
24. Als u naar de stilte luistert, hoort u fractie van waarheid. Wanneer uw overbuurman plots schreeuwt, komt u de eigen waarheid tegen.
25. Inspiratie voor het schrijven heb ik niet; ik bekijk mijn gedachten, die zijn geïnspireerd in het werk van de omgeving.
26. Kunstwerken verloren het karaktervlies, alsof hare criticus rouwde om stilstaand pleitbezorger. Min of meer beslissen politici kunstmatig.
27. Hoewel de mier geen opinie heeft, beschikt zij over een structuur in haar leven, zodat haar mening is: werk, want je leeft
28. Vraag de kenner naar zijn kennis, zeg hem dan: kent u uw kennis, of loopt zij met u te sollen?
29. Mijn ogenschijnlijke handicap pretendeert voorwaardelijk, haar actie werkt pijnlijk. De grens tussen de norm en het gevaar, staat bij haar.
30. Vernieuw uw uiterlijke patroon, herzie haar reactievermogen. Bedenk dan dat de mooiste trend verloren gaat in utopische waarden: de garnaal.
31. De slapende dichter: tijdens het wegvagen, verschijnt het denken in beeld. Paradijselijk beschrijft de tong voetstappen van gezagsdragers.
32. De gevaarlijke wereld, is ongevaarlijker als haar gevaar ongevaarlijk oogt. Dus laat angst niet regeren, maar regeer met angst aan u zij en zie gevaar in.
33. Tracht niet te denken de wereld te kunnen verbeteren, door haar luidruchtig te bekritiseren. Uw slaap is in dat geval effectiever voor anders.
34. Politiek maakt het leven niet simpeler, noch moeilijker. Maar is teken voor de egoïsten in de maatschappij.
35. Filosofie: liefde voor de wijsheid. Nee…Het is veeleer verlangen naar de wijsheid. Immers, de filosoof komt niet in aanraking met de wijsheid, maar poogt haar te beelden. Nooit zal zijn beeld bewijsbaar zijn; leugens gaan schuil achter filosofische causaliteitsverbanden. Wie die leugen zien kan, ziet de waarheid niet, maar zijn‘eigen’. Houd dan op met filosofie en begin te leven volgens de normen van het Boek en die van beschaving.
36. De uitgesproken vrijheid: haar vleugels vliegen weg. Het lichaam futloos achtergelaten. Dat is Vrijheid van Meningsuiting.
37. Waarom helpt straffen niet?- De meesten denken dat tralies voorwaarde zijn voor gevangenschap. Echter, de open maatschappij is de pschotralies. Openheid is niet gegarandeerd vrijheid.
Ik zeg u: denk! U zegt mij: denk! Ik zeg u: ik denk! U zegt mij: ik ook! Uiteindelijk denkt niemand, maar vechten we uit wat het denken is en wie het meest denkt. Deze nutteloze discussie die voort zou kunnen vloeien uit de wisselwerking tussen u en ik probeer ik te mijden. Teksten met een bepaalde statement zorgen ervoor dat de lezers van deze teksten worden aangezet tot begrijpen, bedenken en vaak ook kritisch denken. Bij elk van deze drie mogelijke doelen die de schrijver kan hebben, komt het denken voor. Zonder dat de schrijver u erop attendeert te denken, denkt u. Meestal is het denken dat ontstaat na het lezen van bijvoorbeeld een opinie, een column of een onderzoek bepaald door een vooringenomen blik. Het gevolg hiervan is dat u dergelijke teksten minder voor het ontwikkelen van uw denken kunt gebruiken, maar meer voor het kennen van andermans visie. Oftewel, teksten met een normatieve lading zorgen minder voor de ontwikkeling van de ratio, maar vullen eerder het brein met legio aan informatie, waardoor de lezer minder denker wordt en meer een harde schijf. Als ik u aanzet to het denken zonder te vermelden met welk motief ik dat doe, zult u of helemaal niet denken of u zult de meest radicale vorm van het denken aanhouden. Maar wanneer ik u zeg: denk, omdat het anders niet meer kan. Zult u meer uitleg willen hebben. Die uitleg kan ik op de volgende manier geven: als u nu niet denkt, denkt een ander voor u. Dan verliest u de macht over uwzelf en zult u afhankelijker worden van anderen om u heen. Hiermee heb ik u verteld waarom ik u aanraadt te denken. Gevaarlijk is dat ik u bang heb gemaakt. Immers, angst is een grote vijand van het denken en zet aan tot het verrichten van extreme activiteiten en tot het klakkeloos overnemen van informatie. Ik vertel u daarom niet explicitiet iets over het denken. Maar heb u een lege bal toegerold, waarvan de contouren zacht zijn en de inhoud bij u zit. Laten we zeggen dat de zevendertig citaten gelijk staat aan een zee: open, transparant en toereikend voor elk. U bepaalt welke richting u opzwemt, hoe diep u zwemt en hoe lang. Dat zijn de citaten met z’n alle, maar we hebben ook nog het citaat en de bijbehorende nummer. Laten we elk citaat: apart, ieder met eigen effect eens vergelijken met het luisteren naar de harde wind die waait aan de kust, langs het strand. En sommingen vergelijken we met de geluiden die we horen als we het water in gaan en rustig met het hoofd het water induiken en langzaam naar voren zwemmen. De geluiden die dan ontstaan zijn gelijk aan sommige citaten. Aan u de keus: gaat u zwemmen of kiest u liever voor een strandwandeling?
|