|

Denken over de maatschappij, wat is dat? Wat houdt het in als je, je openstelt voor het denken over de maatschappij? Houdt het in dat je kijkt naar de uiterlijkheden die de maatschappij ons laat zien? Moeten we ons toespitsen op hetgeen al bestaat, op de constitutie, de regelgevingen en onze idealen? Al deze vragen spelen een rol bij het denken over de maatschappij, het denken over het functioneren van de maatschappij. Ik zal proberen mijn analytisch vermogen op het hoogste niveau te krijgen om u iets te kunnen vertellen over twee bestaansvormen binnen onze maatschappij, enerzijds de overheid en anderzijds de jeugdcriminelen. Voordat ik begin te vertellen over mijn wijze van denken over de relatie tussen overheid en jeugdcriminelen wil ik u eerst iets vertellen over de maatschappij in haar geheel.
Het is belangrijk te weten dat het, wanneer wij kijken naar een willekeurige maatschappij niet zozeer gaat om de groepen binnen die maatschappij, maar om de relaties tussen de verschillende groepen. U zult toch niet ontkennen dat sommige groepen machtiger, kundiger en dus succesvoller zijn dan anderen? Ik denk om die reden dan ook dat de interactie binnen een maatschappij de focus zou moeten zijn wanneer men zich wil bezighouden met de maatschappelijke constructie.
In mijn ogen is er niet zoiets als de ‘machtigste’, dit omdat ik denk dat macht vooral een onbegrepen aspect is binnen de maatschappij. Macht is zoiets als kiezen voor het simpele truitje, omdat het geruite riskant is, begrijpt u? Neen? Macht is een door de mens ontwikkeld begrip en deze is niet statisch ontstaan, maar door interactie tussen kundigen en minderbedeelden. De minderbedeelden hebben in dit geval minder middelen die hen kunnen voorzien van een gepantserd uiterlijk. Als je, los van de contextuele samenhang, kijkt naar kundigen enerzijds en minderbedeelden anderzijds dan zou je, je moeten realiseren dat de minderbedeelden vanwege het feit dat zij niet tot nauwelijks de mogelijkheden hebben om te komen tot participatie, zelfregulering en actie zullen kiezen, al dan niet ongewild, maar wel onvermijdelijk voor een creatie binnen de maatschappij die functioneert als leidraad. Wiskundig gezien zou je zeggen dat deze taakverdeling neutraal is en niet zal zorgen voor een confrontatie, maar aangezien bij de creatie van macht(minderbedeelden geven aanstoot hiervoor) een realiteit ontstaat die zelf macht definieert, krijgen we een botsend systeem. U moet zich realiseren dat er binnen een maatschappij (schijn)micromaatschappijen zijn, dit houdt in dat zoiets als overheid een eigen denkpatroon heeft, een eigen denkrichting. Deze verbanden zijn misschien simplistisch, maar realiseert u zich dat ik middels deze verbanden tracht te laten zien wat de drijvende krachten zijn en niet de beeldende krachten; mijns inziens is de maatschappelijke constructie zoals die nu is alleen te kennen door allerlei hedendaagse termen, gebeurtenissen en idealen te mijden. Misschien heb ik u eventjes op het verkeerde been gezet, maar ik bedoel hiermee niet dat we geenszins moeten weten wat er vandaag de dag speelt, maar wel benadruk ik dat hetgeen speelt, dat wat we met z’n allen op het nieuws zien niet een directe afspiegeling is van de maatschappij. Je leest bijvoorbeeld iets over criminaliteit, allochtonen, over discriminatie en andere fenomenen, maar vergeet niet dat de media slechts laten zien hoe de maatschappij eruit ziet(qua betrouwbaarheid ook twijfelachtig), maar niet hoe het komt dat zij er uitziet zoals zij eruit ziet en dat is wat ik probeer te doen. Terug naar de overheid als micromaatschappij; ik denk dus dat de overheid een maatschappij binnen een maatschappij is, een visie binnen een visie. Concreter: de overheid geeft vorm aan de maatschappij, maar dat gebeurt ook door de maatschappij zelf. Let wel: we hebben ook nog de creatie van ‘macht’.Macht is mijns inziens ondermeer door tijden van binnenlandse onrust(visie over het algemeen) , door internationale confrontatie van staten een vaagheid geworden, met nadruk op geworden. Ter illustratie: de koude oorlog liet een bipolaire machtsverhouding zien, die zondermeer duidelijk van aard was. Je had de Sovjet-Unie met het communisme en de Verenigde Staten met het kapitalisme. In deze periode stond macht gelijk aan onrust: hoe groter het gevaar, hoe duidelijker de definitie van macht. Als de Sovjet-Unie merkt dat de V.S. bezig zijn met een militair plan dan reageert zij daarop door ook op militair gebied het een en ander bij te stellen. Macht is dan een oriëntatie die wordt bepaald door een omgeving. Als die omgeving bekend is(kapitalistisch gevaar) dan krijgt macht een persoonlijkheid(wordt een agressie). Het is dan ook niet de macht die abstract is maar de relatie tussen x en y die abstract is. Ter illustratie: persoon X geeft persoon Y een boek-neemt u hierbij in ogenschouw dat beiden elkaar niet kennen-het geven van het boek door persoon X en het in ontvangst nemen van het boek door persoon Y veroorzaakt ‘gedrag’. Persoon Y vindt het vreemd en vraagt waarom persoon X het boek heeft gegeven. Persoon X geeft geen antwoord en loopt weg. Uitkomst: Persoon Y doet iets, wat of de relatie tussen beiden verbreekt, versterkt of neutraal houdt. Het is dus niet zo dat persoon X zelf de macht bepaald, maar in samenspel met persoon Y. Hoe vaker persoon X persoon Y tegenkomt, hoe beter de kennis over elkaar en dus hoe minder machtig ‘macht’ is.
Voor ietwat meer duidelijkheid kijk ik naar de periode na een revolutie. Wanneer het volk in opstand komt, is er sprake van machtsbesef(Zie voorbeeld pers. X en Y) Het volk weet hoe haar overheid te werk gaat en ook weet zij dat het anders kan. Wanneer het volk dan ook nog eens een (succesvolle)revolutie teweeg brengt, is er sprake van machtsafname van de overheid. Als de strijd door het volk wordt gewonnen is macht nog steeds-slechts- een besef en geen oriëntatie of houding. Het moment waarop er nog geen overheidsapparaat is georganiseerd, is er het gevaar dat het machtsbesef verdwijnt. Wanneer dan uiteindelijk een ‘nieuwe overheid’ haar intrede doet, is de strijd niet gewonnen, maar verloren. Omdat het volk van zijn machtsbesef geen constructie heeft kunnen maken, wordt macht een absoluut begrip voor de overheid. Al heeft de overheid een andere opbouw; er zal zich het zelfde proces voltrekken als voorheen, namelijk: er wordt een realiteit gecreëerd(welke ontstaat door interactie politieke spelers) en binnen die realiteit wordt opnieuw macht gedefinieerd. In het voorbeeld over persoon X en Y ziet u duidelijk dat kennis over elkaar leidt tot een verzwakking van macht in het algemeen. Als het volk zijn overheid kent- en andersom- zal macht een hard magneet balletje zijn dat zonder twijfel door een ander magneet balletje zal worden aangetrokken. Ik zie in mijn visie macht dan ook niet als een te verwerven ‘iets’, maar een te creëren ‘iets’. Het is dan niet een creatie die als zij er staat blijft staan, maar constant in beweging is. Ter illustratie: de kracht (macht) van een tsunami wordt niet alleen bepaald door het water, de ondergrondse krachten of de blazende wind, maar juist door al deze elementen samen. Hoewel de tsunami de schade veroorzaakt is zijzelf geen gevaar, maar de veroorzakers. Macht is dus vooral wat je niet ziet: men moet zich daar in verdiepen om de macht te relativeren.
De tekst hierboven mag u voor een deel beschouwen als denkraam voor hetgeen ik u nu ga vertellen. Ik noemde twee bestaansvormen binnen de Nederlandse maatschappij waarvan ik u nu ga vertellen wat deze met elkaar te maken hebben en hoe zij zich tot elkaar verhouden. Overheid en jeugdcriminelen wat zijn dat? Wat doet de overheid en wat doen de jeugdcriminelen? De media laten zien dat er problemen zijn rondom de jeugd, je zou kunnen denken aan de Marokkaanse jeugd, maar dat laat ik nu even terzijde. Wat de media laten zien is niet wat er ook daadwerkelijk speelt. De media zou je binnen de problematiek moeten zien als een speler die de situatie onbegrijpelijker maakt, wetende dat de burger de situatie niet begrijpt en de overheid ook niet. De jeugdcriminelen kunnen binnen mijn visie over de maatschappij geen jeugdcriminelen zijn. U weet nog dat ik u verteld heb over een maatschappij binnen een maatschappij: de overheid als micromaatschappij. De overheid zal het waarschijnlijk nonsens vinden als ik haar vertel dat zij binnen een micromaatschappij opereert, misschien heeft zij ten dele ook wel gelijk, wanneer er een botsing tussen overheid en burger is wordt immers duidelijk dat er maar één bepalende realiteit is en dat noem ik graag de ‘luchtenrealiteit’: de luchten vertonen namelijk geen scheidslijnen en geven de mens het besef dat de scheidslijnen die wij maken alles behalve echt zijn. De selfmade, realiteit van de overheid, die onvermijdelijk ontstaat door interactie tussen politieke spelers is kunstmatig en de problemen binnen de maatschappij in haar geheel zijn natuurlijk. Zie het niet zwart op wit; onder het begrip kunstmatigheid versta ik meer dan onnodig, vals en misleidend. Het is een begrip dat bestaanswaarde heeft gekregen en in zekere zin is zij ook verworden tot een producerende kracht; wie produceert verwacht ook dat er wordt geconsumeerd, wie consumeert verwacht op zijn beurt dat het geproduceerde goed wordt verbeterd. Op den duur smelten producent en consument samen: denk aan de wasmachine die men in huis heeft, de strijkijzer en andere goederen. De producent maakt deel uit van het leven van de koper en zo lijkt het alsof de producent een verzorger is, maar is dat wel zo? Is het wel zo dat de overheid voor de burger denkt zodat hij er profijt van kan hebben? En wat houdt het in als we spreken van een overheid als producent en de burger als consument? Kijkend naar de laatste vraag benader ik de jeugdcriminaliteit. Stel dat jeugdcriminaliteit het product is-het klinkt raar-en de burger krijgt dit product aangeboden: wat zal de burger als consument doen? Normaliter consumeert hij aantrekkelijke producten;aan jeugdcriminaliteit heeft hij niets. Hij laat het liggen. Wat we zien, is dat de overheid een overschot krijgt en haar product vernieuwt. Binnen de context van de normale man zou dit het moment zijn waarop zijn ongenoegen(-jeugdcriminaliteit) alleen maar kan toenemen; dit is namelijk het moment waarop de partijen(politieke actoren) hun definities gaan aanpassen naar eigen smaak(mede door concurrentie).Wat ooit een maatschappelijk fenomeen was, wordt nu een wedijver tussen politieke actoren. Nu ziet de burger zich genoodzaakt te reageren en die reactie maakt het dat hij daadwerkelijk consument wordt, want hij laat via allerlei forum zijn ongenoegen blijken en verandert bijvoorbeeld van stemgedrag(denk bijvoorbeeld aan PVV-stemmers);zo krijgt jeugdcriminaliteit een bestaanswaarde die niet aanwezig is bij de jeugdcriminelen zelf maar tussen producent en consument, ofwel tussen acteur(overheid) en regisseur(bezorgde burger). Zolang de jeugdcriminelen geen buurthuis willen met als naam: Wij zijn jeugdcriminelen, zijn dergelijke begrippen niet representatief.
De overheid zou moeten beseffen dat die micromaatschappij bestaat, maar haar daarnaast ook ontkennen (om het voor de doorsnee lezer niet al te ingewikkeld te maken, zeg ik: maar haar daarnaast met een korreltje zout nemen) om de juiste keuzes te kunnen maken op het gebied van beleid. En daarom zeg ik u ook jeugdcriminaliteit bestaat niet; het is de artificiële begripsvorming van maatschappelijke onenigheid die als realiteit wordt genomen. Tot nu toe concludeer ik: overheid wil jeugdcriminaliteit niet begrijpen en de burger kan jeugdcriminaliteit niet begrijpen( denk aan machtsverhouding welke eerder uitgelegd) Eigenlijk zou je deze disfunctionaliteiten moeten zien als indicatoren die laten zien dat jeugdcriminaliteit geen schuld is van één groep, noch van meerderen, maar van een slecht functionerende maatschappelijke dynamiek.
Criminaliteit heeft een ‘ruimte’ nodig om te ontspannen, ofwel criminaliteit heeft een partij nodig die haar principes verwoordt. Zodoende, dat die principes ingaan tegen het crimineel zijn. PvdC, is een partij die door niet-criminelen moet worden opgericht met leden die zogenaamd crimineel zijn. De (Marokkaanse) criminele jeugd moeten hun identiteit hervinden en zo’n partij geeft die mogelijkheid. Een dergelijke partij verandert de vastgeplakte denkpatronen in de maatschappij. In een samenleving waar ideeën het voortouw hebben, is het mogelijk om nieuwe ideeën te creëren. Wat crimineel is, kiezen we zelf. Nee, dat is juist de fout, de maatschappij kiest niet wat crimineel is, maar de overheid, de media en de groep die in aanraking is gekomen met crimineel gedrag. Laten we een verband schetsen: groep X is crimineel, groep Y niet. Groep Y veracht groep X, groep X doet hetzelfde. Uitkomst: beide groepen kennen elkaar niet en zorgen er voor dat macht een abstracte term blijft; de discussie over jeugdcriminaliteit is er dan eigenlijk een over ‘positie’ en niet over ‘zijn’. En die discussie is nog lang niet afgelopen als men blijft denken dat criminaliteit verbonden kan worden aan jeugd(en afkomst). Zolang we denken dat ‘jeugdcriminaliteit’ bestaat en dus het probleem is, zullen we blijven kijken naar de verschillende posities in de samenleving( afkomst, status, opleiding. etc.)
Om ervoor te zorgen dat jeugdcriminaliteit afneemt(niet per direct, maar in samenloop met de beweging van de maatschappij), moet er een instituut zijn die onafhankelijk opereert en die het gedrag van de jeugd analyseert zonder bij ongewenst gedrag criminaliteit erbij te betrekken. Door de jaren heen heeft jeugdcriminaliteit een kleur gekregen; het zijn meestal Marokkanen, ze zijn gevaarlijk, zijn crimineel en dus geen mens? De benamingen jeugdcriminaliteit of probleemjongeren zouden niet het beginpunt van beleid maken moeten zijn, want deze kennen een bekende loop. Criminaliteit bestaat, maar is gezond en kan middels vertrouwen en positieve benamingen worden verminderd. Je noemt 12-jarigen die aan kattenkwaad doen geen probleemjongeren of jeugdcriminelen,maar toekomstjeugd. Het is niet de jeugdzorg die deze jeugd moet helpen, maar een sociale instelling met als naam: ‘Toegang voor iedereen’. Criminaliteit is niet onlosmakelijk verbonden aan het nieuws en ook is criminaliteit zelf geen gevaar. Wat gevaarlijk is, is criminaliteit verbinden aan jeugd. Een verschijnsel kan een mens niet maken, één mens kan datzelfde verschijnsel niet maken.
Ik zeg u gedag op de volgende manier:
U denkt pas rationeel als u rationeel het irrationele weet te bestuderen, wanneer u dan niet rationeel kunt bewijzen dat het een irrationeel iets is dan is het niet irrationeel, maar onbegrepen.
Youssef el Markhous
|